Eenheid
Openbaring
De Wegrukking
The Rapture
ACTUEEL
Risicoanalyse
TIK, TIK, TIK...
Oproepen
3 in 1 ?
Vergeving
Wet en Genade
Werken
Leiderschap
Tienden
Valse profeten

 


Zo in de tijden dat er steeds meer aandacht aan de aanstaande opname van de gemeente als bruid van Christus besteed wordt, is het niet verwonderlijk dat er veel over geschreven en gepraat wordt. Zonet heb ik een artikel van Jaap Dieleman, afgesloten met de woorden “Laten we voortdurend zonden en misstappen belijden en een rein leven lijden in de blijde verwachting van Zijn komst”, gelezen. Nu is het zo dat er bijbels gezien toch wel iets van voorbereiding op het bruidschap terug te vinden is (vgl. de geschiedenis van Esther in het gelijknamige boek). De bruid wordt daarin gedurende een jaar mooi gemaakt door een speciaal dieet en de verschillende behandelingen met speciale olie. Zoiets zal in deze tijd ook geschieden. Het navolgende is er een onderdeel van.


Er heerst een geest in de gemeenten waardoor iedereen het vermijdt om openbaar of anderszijds kritiek te uiten op degenen die zich opwerpen als zijnde de leiders van de gemeenten. Niet in het laatst wordt deze geest gevoed door de leiders zelf.  Zij staan erop dat zij door God als leiders zijn aangesteld en gaan over het algemeen niet positief om met kritiek. Integendeel.


Aangezien ik de Heer dien die in zijn optreden ook geen schroom had om kritiek uit te oefenen op de religieuze leiders in die tijd, voel ik mij echt wel vrij om het volgende op papier of de site te zetten. Want het is niet mijn bedoeling partijschap en onenigheid in de gemeenten te brengen. Wel wil ik de bestaande verhoudingen tegen het licht van Gods woord houden.


Wellicht is er verzet tegen de uitdrukkingen ‘zich opwerpen’ en ‘religieuze leiders’. Want immers, vaak is er vanaf podia, al of niet op t.v. te beluisteren dat er charismatischcollectief een hekel aan religie is en dat  het ‘echte werk’ beoefend wordt. Ik zal dus beginnen met aan te tonen dat er maar één soort autoriteitsverlening van de ene gelovige naar de andere gegeven is. Per definitie is elk ander leiderschap religieus en hoort er niet te zijn..


Daarvoor ga ik naar een gedeelte van de Bijbel dat ik in al m’n jaren van preekbeluisteren nog nooit uitputtend door een leider heb horen behandelen. Niet op t.v., niet op video en niet op het podium. Ook in boeken niet. Terwijl er toch een zeer vaak herhaald gedemonstreerd vermogen is om dat met andere  bijbelgedeelten wel te doen. Dat geeft mij de hoop, dat als ik mij er op deze plaats wél aan waag, de waarheid ervan erkend zal worden. Goed, Mattheüs 23 dus.


In m’n King James-Bijbel één en al rood gedrukt. Woorden van onze Yeshua. Opletten dus. Het wordt voorafgegaan door hoofdstuk 22 waarin de Heer leert over het Koninkrijk, aan zijn discipelen en de scharen, maar ook aan de religieuzen van die tijd. Prompt komen dezen daarop met vragen over wereldse toestanden. Toen dat niet het gewenste resultaat had, kwam er een wetsgeleerde met de vraag wat het belangrijkste gebod in de schriften is. En dat was een kernvraag. Want met een beetje nadenken kunnen we weten dat elk gebod een toepassingssituatie heeft en dat niet alle situaties zich tegelijkertijd afspelen.


Alle ontvangen geboden hebben dus hun tijd en plaats waarin ze belangrijk zijn. Schitterend is hier het antwoord van onze Heer die alle bestaande geboden in twee nieuwe verwoordde en hen daarmee onder andere die dag zo volkomen aftroefde dat er vanaf dat moment niet meer zulke vragen aan Hem gesteld werden. Want zijn verwoording was immers zo scherp en volledig dat ze wél op iedere situatie toepasbaar was en is. Het gaat primair om liefde in alle geloofsuitingen en belevingen. En is het vreemd dat Hij in hoofdstuk 23 vervolgens spreekt over religieuzen die (in naam van God) aan deze liefde voorbijgaan?


Treffend is dat onze Heer vervolgens zowel de scharen als de discipelen aanspreekt over het feit dat de religieuzen zich omwille van hun zucht naar positie en menselijke erkenning op de stoel van Mozes zetten. Waarom hier de stoel van Mozes? Mozes was in de unieke leiderschapspositie geplaatst waarbij hij het uitverkoren volk van punt a, Egypte (de wereld) naar punt b, het beloofde land (het Koninkrijk) moest leiden.


Is erkenning niet heel belangrijk voor hen? En zitten de leiders niet altijd vooraan? En noemen zij vaak niet mensen hun geestelijke vader? En denken zij diep van binnen niet dat het hun bediening is die de mensen naar het Koninkrijk leidt? Of ze ervoor behoudt ? En leiden zij  de gelovigen niet van punt a (laten we zeggen ; een nog weinigje), naar het punt b van het sucessvolle leven (een veel meertje)? Scherp geeft onze Heer hier het verschil aan tussen het oude en het nieuwe testament. Leiders als Mozes horen wij niet meer te kennen, positieverschil horen wij niet meer te hebben, meesters naar de geest bestaan niet meer voor ons christenen en leraren hebben wij niet meer nodig, want slechts één is onze leider, meester en leraar, en wij zijn allen broeders en zusters. Duidelijker dan dat de Heer het in deze verzen verwoordt kan het niet. Wij zijn allen gezalfd, wij worden allen geleerd door de Heilige Geest.  Het is vanuit deze lering van de Heer en de zalving van de Geest dat dit artikel tot stand is gekomen. Het oude is voorbij, het nieuwe is op ons en al de argumenten uit het oude testament waarmee het leiderschap zo graag verdedigd wordt zijn niet meer toepasbaar op de huidige situatie. Het leiden van elk punt a naar elk punt b in ons leven is een zaak van de Heer of een verantwoordelijkheid van onszelf.


En het nieuwe testament? Vaak wordt er geschermd met wat onze Heer aan Petrus heeft gezegd. "Hoed Mijn schapen." Is het (co-) herderschap geen positie dan? Maar de Heer heeft het hier wel over Zijn schapen, niet de onze dus. En schapen hoeden heeft alles te maken met het aanwijzen van grazige weiden (God’s genade, God’s Zoon, God’s Geest, God’s Zalving, God’s persoonlijk inwonerschap in ons en God’s Woord), met de verdediging tegen roofdieren en het verzorgen van zieken en zwakken. De taak van Petrus had niets te maken met het afgrazen en voorkauwen van het gras en de pulp in de oren en bekken van de schapen stoppen, wat overdrachtelijk gezien de voornaamste bezigheid lijkt te zijn geworden.


En wat dan te doen met de vele referenties aan de bediening van het Woord door het nieuwe testament heen? Als we al de vermeldingen over het brengen van het Woord die het nieuwe testament vanaf Handelingen tot en met Openbaring eens aan ons laten voorbijgaan (kan uitstekend met een computerbijbel) wordt het al gauw duidelijk dat de bediening van het Woord het brengen van het Evangelie is! Het uitleggen van de geheimenissen van het evangelie is duidelijk iets anders. Dat word Bijbels gezien niet aan de bediening van het Woord gekoppeld. Daar hebben wij de functie van het leraarschap (kennisoverdracht) al iets beter in beeld. Tenminste dat is onze traditionele kijk op leeraarschap geworden. Dat zij leeraren der liefde horen te zijn (dat bestaat niet voornamelijk uit praten en theologiseren) is maar tot een minderheid echt doorgedrongen.


Dat brengt ons naar de Korintebrief waarin Paulus dus duidelijk aandraagt dat het God is die o.a. ook leraren in de gemeente aanstelt. Het aanstellen van leraren door God in de gemeente, waarvan Paulus overigens in hetzelfde hoofdstuk waarin hij daarvan melding maakt, aangeeft dat er een voortreffelijker weg beschikbaar is, is natuurlijk wel iets om even langer stil bij te staan. De voortreffelijker weg blijkt, in wat volgt, ondubbelzinnig de Liefde God’s te zijn. Hierbij komen wij weer terug bij Mattheüs 22 waarmee dit betoog begonnen is.

Ogenschijnlijk staat de instelling van het leeraarschap, na een beetje schipperen met de context, op zich echter haaks op de uitspraken van onze Heer in Mattheüs 23 waarin de woorden rabbi en meester volgens alle regelen der vertaalkunst die ik heb kunnen vinden ook rustig met leraar vertaald mogen worden (in een enkele vertaling wordt dat ook gedaan). Zelfs al zou er in deze geen inzicht bestaan zouden wij toch heel voorzichtig mogen zijn om de woorden van Paulus te verheffen boven die van onze Heer.

Keer op keer blijkt uit het nieuwe testament duidelijk dat ook de apostelen mensen als u en ik waren die ook dat opmerkelijk vermogen hadden tot (tijdelijk) onbegrip. Iets wat ons heden ten dage ook niet vreemd is. Was dat hier ook het geval? Nee hoor. Leraren waren wel degelijk nodig in die tijd en nog lange tijd erna ook.De schriften lagen over het algemeen achter slot en grendel en waren slechts voor de happy few toegankelijk. Bovendien was de kunst van het lezen en schrijven lang niet zo wijd verbreid als dat nu het geval is.

Met het uitkomen van de eerste grote oplagen van de Bijbel in de zestiende eeuw en het toenemen van het onderwijs echter, heeft het menselijk leraarschap in de vorm van kennisoverdracht door de tijd heen progressief steeds minder functie gekregen. Eenieder die dit wil kan het Woord in allerlei talen,vormen, kleuren en lettergrootten in de hand nemen en er de Geest bij bidden om ervan weerhouden te worden een knecht van de letter (die naar de dood leidt) te worden. Nu kan de Geest zich (bij iedereen die kan lezen) in samenwerking met het geschreven woord ontplooien. De functie van leeraar was al nooit bedoeld als autoriteitspositie, die is onrechtmatig en onder beroving van de Heilige Geest toegekend.


Verder is de invulling zoals wij die kennen achterhaald. Met de Here Jezus en Johannes (die deze uitspraak in zijn tweede brief hoofdstuk 2 vers 27 ook deed) mag dat met een gerust hart gesteld worden. Uit ervaring trouwens ook. Kennisoverdracht zal binnen het lichaam altijd een plaats hebben maar om op grond daarvan een leiderspositie toe te kennen of te accepteren is wel erg gevaarlijk. Want het kan, gezien wat de Here er over heeft gezegd, niet anders dan dat Paulus over functionaliteit sprak en niet over posities.


En u, die zich leider noemt of laat noemen? Het éénnalaatste waar u zich na dit betoog nog op kan beroepen is de instelling van de functie oudste of diaken. Stelselmatig wordt deze instelling echter dan losgekoppeld van het beoogde toepassingsgebied, namelijk het opheffen van de achterstelling van de weduwen en wezen aan de tafels (En in wat de daarvoor aangestelden daarin aangeven, daar horen wij ons inderdaad zonder commentaar naar te voegen. Dit is de ene autoriteit die de overige gelovigen mag worden opgelegd . Overigens wel onder de waarschuwing dat er zeer veel strikken en valkuilen op deze weg aanwezig zijn.


In beginsel was de instelling ervan helaas al een zwaktebod, want indien men vol uit de liefde van onze Heer leeft wordt er niemand achtergesteld. En verder geeft deze instelling geen basis om gehoorzaamheid op andere tereinen van uw medegelovigen te eisen en u boven kritiek te verheffen. Integendeel wordt in de eerste brief van Petrus, als u deze functie al als hoofdpunt van uw bediening zou beschouwen en uitwerken, opgeroepen om dit niet met heerschappij, maar als voorbeeld uit te oefenen (dus niet als aalmoes in het verborgene, zo van de linker- en de rechterhand, maar in het licht van de openbaarheid).


En het laatste dan? Het woord voorganger en de oproep tot gehoorzaamheid aan hen. Zou dat het nou wezen? Dat duikt ineens in de Hebreënbrief (3:7) op zonder ergens anders als ambt of functie te zijn ingesteld. Niet door de Heer, niet door één van de andere apostelen die in Israël toch hetzelfde deden.  Toch wemelt het van voorgangers in de kerkelijke wereld. Even verder lezen en begrijpen en dan wordt het duidelijk dat hier de voorganger in het geloof (de evangelist die u tot bekering heeft gebracht) mee bedoeld wordt. De bedienaar van het Woord waar al eerder over gerept is. In alle vertalingen die ik ken komt dat heel duidelijk naar voren in hetzelfde vers. Verder overigens onder de aangave dat wij ons kritisch vermogen naar hen toe niet uit behoren te schakelen. Een duikje in de computerbijbel onder het trefwoord ‘het Woord’ leert ons dat er wordt benadrukt dat de bedienaars ervan horen op te roepen tot gehoorzaamheid (des geloofs) aan God’s Woord. Gehoorzaamheid in deze is het gehoorzamen aan God’s Woord.


Een begin van gehoorzaamheid voor leiders en leraren die zich in een positie van autoriteit wanen lijkt mij Mattheüs 23. Bekeert u alstublieft tot de eerste liefde die u uit de nederigheid van onze Heer heeft ontvangen. Het is er tijd voor. De manier waarop er collectief inhoud gegeven wordt aan leider- en leraarschap is een ziekte in het Lichaam geworden. En u broeders en zusters, misschien zou u eens kunnen beginnen met de grootheid van Yeshua en de Vader ook in uw leven binnen te laten.


En u te realiseren dat uw staat van zijn niet bepalend is voor wat de Heer met u kan doen. Ook u kunt zich direct door Zijn Geest laten leren en het juk van controle en manipulatie wat leiderschap heet van u af schudden. Dan wordt, dacht ik zo, het lichaam heel wat mooier, stralender en gezonder. Een afbraak van traditionele opvattingen en meer, meer, véél meer liefde en ontferming zijn nodig om een grote afval die tekort doet aan de eer van onze Here Jezus te kenteren. Theoretisch is dat mogelijk. Als dat theologisch niet aan stukken gescheurd wordt. In dat geval is die afval óók naar mijn mening gerechtvaardigd.


Met welgemeende broedergroet.   (ja er zijn ook leiders waar ik liefde voor heb)


Shalom


G.W.Groenhart


 

 

|Eenheid| |Openbaring| |De Wegrukking| |The Rapture| |ACTUEEL| |Risicoanalyse| |TIK, TIK, TIK...| |Oproepen| |3 in 1 ?| |Vergeving| |Wet en Genade| |Werken| |Leiderschap| |Tienden| |Valse profeten|