Eenheid
Openbaring
De Wegrukking
The Rapture
ACTUEEL
Risicoanalyse
TIK, TIK, TIK...
Oproepen
3 in 1 ?
Vergeving
Wet en Genade
Werken
Leiderschap
Tienden
Valse profeten

Over tienden

tienden

Over de tienden.

Voor hen die ze betalen en voor hen die ze innen.

De huidige tienden zijn wettelijk omschreven als het erfdeel van de Levieten. De stam van Levi verkreeg geen land als erfdeel maar de tienden. Numeri 18:21 Wat nu de Levieten betreft, zie, Ik geef hun alle tienden in Israël als erfdeel, een vergoeding voor de dienst die zij verrichten, de dienst van de tent der samenkomst.

Numeri 18:23 de Levieten echter zullen de dienst van de tent der samenkomst verrichten en zij zullen hun ongerechtigheid dragen, een altoosdurende inzetting voor uw nageslacht, en in het midden der Israëlieten zullen zij geen erfdeel verkrijgen;..........

Wel, zult u, die voor het betalen van tienden is, zeggen; klopt toch? De Bijbel zegt dat we allemaal priesters zijn (1 Petrus 2:5 en 2:9, Openbaring 1:6 , 5:10 en 20:6) en ik verricht dienst in een tent van samenkomst, dus alles is dik in orde. Werkelijk? Alleen als u nu al zeker weet dat u, die als wilde olijf geënt bent op de edele olijf, gelijk tot het aller-edelste deel geënt bent is dat namelijk zo. De priesterfuncties (en dus ook het tiendenrecht daaraan verbonden) zijn door God altoosdurend geslachtsbepaald tot de stam Levi.

De enig duidelijke uitzondering is Yeshua zelf die uit de stam Juda geboortig is geweest. Voor zo ver ik weet gaat onze status het burgerschap van Israël pas te boven na de terugkomst van onze Heer. Tot dan is het volgens mij “Gij zijt allen broeders en slechts één is uw ......” Mag daar óók priester staan? Tienden worden als vergoeding voor bepaalde, nauwkeurig omschreven taken toegekend. Eerst oefenden alle Levieten dezelfde taken uit (met uitzondering van de hogepriester). Maar nadat hele groepen Levieten zich niet aan de voorschriften tot heiliging hadden gehouden mochten alleen de zonen van Sadok en hun nakomelingen de heiligste taken verrichtten, waaronder ook de rechtspraak. Daarom ontvangen zij ook de tienden. Om dat onafhankelijk te kunnen doen.

De andere priesters uit het geslacht Levi onderhielden de tempel en deden de slacht en alles daaromheen. De praktische taken van een tiendengerechtigde zijn zeer nauwkeurig omschreven. Welke van die taken oefent u uit? Bent u niet bang een vergoeding te innen zonder de daarbij behorende taakinvulling te hebben? En dan is er nog iets met de tienden van na Mozes.

Lang voor Mozes was er al iets wat tienden genoemd werd. En in die tienden was er ook sprake van geld. Na Mozes echter maakt geld geen deel uit van tienden. Dat zit gewoon niet in de wettelijke omschrijving ervan. Was er geen geld dan in die tijd? Jawel hoor. Veel. Waren er geen klerenmakers, schoenmakers, mandenmakers, bouwvakkers, smeden en al die andere beroepen waar geld mee verdiend werd? Ja die waren er ook. Maar zij waren dus niet tiendenplichtig! Wel offerplichtig, maar dat is een geheel andere zaak. Tienden worden alleen geheven over alles wat groeit en leeft. En wiens woorden worden vaker gebruikt om het geld toch weer tot de tienden te laten behoren? Salomo. Spreuken 3:9 Vereer de HERE met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten, Spreuken 3:10 dan zullen uw schuren met overvloed gevuld worden en uw perskuipen van most overstromen..

Zo, zo, mocht elke koning van Israël aan de wet van Mozes peuteren dan? Dacht het niet. Een spreuk als wetswijziging opvatten is glad ijs. Zelfs als zou het in deze spreuk om geld gaan. De JPS (Jewish Publication Society) vertaling uit 1916 luidt bijvoorbeeld: Proverbs 3:9 Honour the LORD with thy substance, and with the first-fruits of all thine increase; Dat geeft aan dat er ook vertaalkundig nog wel anders tegen dit vers aangekeken kan worden. Al met al een uiterst wankele basis om een tiende in geld te rechtvaardigen.

Leviticus 27:30 Ook is alle tiende van het land, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, van de HERE; het is de HERE heilig. Leviticus 27:32 En alle tienden van runderen of kleinvee, al wat onder de staf doorgaat, het tiende daarvan zal de HERE heilig zijn.

Geen geld dus.

Dus waar kijken wij tot nu toe tegenaan? Men noemt tienden wat God niet als tienden omschreven en gewettigd heeft en heft ze bovendien van mensen die van Godswege niet verplicht zijn tot betaling (hoeveel boeren telt de gemeente?). Dit doet men vanuit een positie waarvan wij maar moeten aannemen dat deze van God gegeven is, hoewel ik bijna zeker weet dat moeder niet joods was, men niet tot het geslacht der Levieten behoort en ook de bijbehorende taken niet verricht. Zo ja, vergeef mij alstublieft.

Heeft God zijn belofte aan de Levieten soms gebroken? Heeft Hij ook maar ergens in zijn Woord gezegd dat Hij zijn belofte aan hen heeft ingetrokken om vervolgens hun plaatsen op te vullen uit de heidenen? Of heeft Hij ons ergens een stamkeuze of beroepskeuze gegeven? Ik ben benieuwd of men mij dat ergens in de Bijbel kan laten lezen. Ik geloof er niets van dat we als heidenen massaal tot Leviet gebombardeerd kunnen worden, ook al zouden wij daar zin in hebben of ons er naar uitstrekken. Tiendengerechtigd zijn is een recht wat al uitdrukkelijk aan een te identificeren groep is toegekend. (studie Numeri : 16 voor wat er gebeurde toen er inbreuk gepleegd werd op dit geheel van rechten en plichten door niet-levieten onder de uitverkorenen)

Wel, broeders die zich tiendengerechtigd achten. Ik betoog met dit alles niet dat de werker zijn loon niet waard zou zijn. Zowel onze Heer als Paulus stellen heel duidelijk dat de werker zijn loon mag hebben (hier gaat het over eten drinken en onderdak) hoewel zij, als voorbeeld, in deze wereld, zelf niets in geld genomen hebben. Zij stellen daarbij echter niet dat daartoe tienden geheven mogen worden. En onze Here Jezus zou daar toch de aangewezen persoon voor geweest zijn. Paulus leert ons dat er alleen wijziging in deze dingen kan komen als er een nieuw priesterschap ingaat. Vlak na het optreden van de Heer is het priesterschap juist van de tempeldienst ontheven. De tempel werd verwoest. En wacht tot het zijn functie weer mag opnemen. Dát is een verandering die Jezus onze Heer in het priesterschap (zelf plaatsvervangend offer zijnde) heeft gebracht. Zou de heffing van tienden in de vormen die er gebruikelijk zijn bij veel gemeenten (zij leren u er vaak gratis bij dat de zegen van welvaart u anders voorbijgaat) even vergeten zijn bij het schrijven van het NT? Ik dacht het niet. Dus ik betoog wel dat u zich op zeer gevaarlijk terrein bevindt door het tiendenrecht onrechtmatig en wederrechterlijk toe te passen. Wetsovertreding. Zonde dus.

En nu weet u ook dat het zonde is. Een soort beroving dus, in ieder geval een financieel juk wat u de gelovigen oplegt. Hoewel de bijfunctie van slagerij en voedselbank geen gemeente zou misstaan is er toch geen dienaar van G’d in priesterfunctie, of zich zo noemende te bekennen die de bijbehorende taak zoals die is beschreven op zich neemt als activiteit in de gemeente. De minderheid die het wel terecht als hun taak zien elke mond te vullen daargelaten. Daaraan meedoen levert misschien wel veel leukere resultaten en verhalen op dan elke week uitsluitend vroom te gaan zitten doen. Dat heeft zijn waardevolle plaats, daar niet van, dit is zeker niet laagdunkend of zo bedoeld. De vroomheid van Job werd door God geprezen. Maar het is niet voldoende. Misstanden aan de tafels opheffen is een uitgesproken taak van de ouderling(en) of diakenen. En wat blijkt? Zij houden zich vaak met van alles en nog wat, behalve dat, bezig. De sociaaleconomisch zwakkeren helpen.

Voor de geestelijke tafel zorgt ook de Heer. “Gij richt voor mij een dis aan, voor de ogen van wie mij benauwen. Gij zalft mijn hoofd met olie. Mijn beker vloeit over.” Klinkt u dat bekend in de oren? De bediening van het Woord door mensen wordt te belangrijk gemaakt. Het is G’d een vreugde dit ook Zelf met ons te doen. U en Hem met een Bijbel. Desnoods zonder Bijbel. Ik denk niet dat al die mensen van voor 1526 verloren zijn gegaan omdat er helaas alleen op zondag Bijbel geluisterd kon worden omdat er nog geen Bijbel in druk verschenen was. Zij konden alleen naar de keuze uit de Bijbel luisteren van degene die op de kansel stond. En het is de heilige Geest die van zonde overtuigt en naar de rechte paden stuurt.

Wanneer u dus tot hier heeft gelezen en toch de mening bent toegedaan dat tienden een goede zaak zijn, gaat u dan alstublieft niet met mij in discussie. Ik probeer u niet van een zonde te overtuigen als u hem zelf niet kunt of wil zien. Dit is een Bijbels juridisch betoog en als zodanig duidelijk genoeg. Dat dient u niet te verwarren met een oordeel. Hoewel ik iedereen met klem aanraad onwettige praktijken na te laten. Of dit nu het betalen of het ontvangen van tienden is. Het slaat echt nergens op. Als wij tienden afdragen zou dat aan de Levieten in Israël horen te gebeuren. En niet in geld.

Dat geld geven en ontvangen teneinde het dienstbaar te maken aan de werken van G’d wel een goede zaak is mag duidelijk zijn. Maar of dat onder de noemer van tienden mag geschieden is wat mij betreft dus een zeer bedenkelijke zaak.

Met broedergroet,

Shalom

Ger Groenhart (laatst bijgewerkt op 19-1-2009)


 

 

|Eenheid| |Openbaring| |De Wegrukking| |The Rapture| |ACTUEEL| |Risicoanalyse| |TIK, TIK, TIK...| |Oproepen| |3 in 1 ?| |Vergeving| |Wet en Genade| |Werken| |Leiderschap| |Tienden| |Valse profeten|